PERIODEKAMPIOENSCHAP

Indeling periodes
1a. De competitie voor klassen die bestaan uit een even aantal teams, worden onderverdeeld in drie perioden te weten:

Voor de klassen bestaande uit tien teams geldt:
– Een eerste periode van zes wedstrijden (wedstrijddagen 1 tot en met 6).
– Een tweede periode van zes wedstrijden (wedstrijddagen 7 tot en met 12).
– Een derde periode van zes wedstrijden (wedstrijddagen 13 tot en met 18).

Voor de klassen bestaande uit twaalf teams geldt:
– Een eerste periode van acht wedstrijden (wedstrijddagen 1 tot en met 8).
– Een tweede periode van zeven wedstrijden (wedstrijddagen 9 tot en met 15).
– Een derde periode van zeven wedstrijden (wedstrijddagen 16 tot en met 22).

Voor de klassen bestaande uit veertien teams geldt:
– Een eerste periode van acht wedstrijden (wedstrijddagen 1 tot en met 8).
– Een tweede periode van negen wedstrijden (wedstrijddagen 9 tot en met 17).
– Een derde periode van negen wedstrijden (wedstrijddagen 18 tot en met 26).

Voor de klassen bestaande uit zestien teams geldt:
– Een eerste periode van tien wedstrijden (wedstrijddagen 1 tot en met 10).
– Een tweede periode van tien wedstrijden (wedstrijddagen 11 tot en met 20).
– Een derde periode van tien wedstrijden (wedstrijddagen 21 tot en met 30).

Voor de klassen bestaande uit achttien teams geldt:
– Een eerste periode van twaalf wedstrijden (wedstrijddagen 1 tot en met 12).
– Een tweede periode van elf wedstrijden (wedstrijddagen 13 tot en met 23).
– Een derde periode van elf wedstrijden (wedstrijddagen 24 tot en met 34).

1b. De competitie voor klassen bestaande uit een oneven aantal teams (elf, dertien of vijftien) wordt verdeeld in twee perioden, te weten:

Voor de klassen bestaande uit elf teams geldt:
– Een eerste periode van tien wedstrijden (wedstrijddagen 1 tot en met 11).
– Een tweede periode van tien wedstrijden (wedstrijddagen 12 tot en met 22).

Voor de klassen bestaande uit dertien teams geldt:
– Een eerste periode van twaalf wedstrijden (wedstrijddagen 1 tot en met 13).
– Een tweede periode van twaalf wedstrijden (wedstrijddagen 14 tot en met 26).

Voor de klassen bestaande uit vijftien teams geldt:
– Een eerste periode van veertien wedstrijden (wedstrijddagen 1 tot en met 15).
– Een tweede periode van veertien wedstrijden (wedstrijddagen 16 tot en met 30)

2. Na iedere periode wordt over die periode de stand opgemaakt. Het team dat in die periode de meeste punten heeft behaald, mag zich periodekampioen noemen. Eindigen in een periode teams gelijk, dan is het doelsaldo van de betreffende periode van doorslaggevende betekenis. Is dit ook gelijk, dan is het aantal doelpunten vóór beslissend. Is dit ook gelijk, dan volgt een beslissingswedstrijd c.q. een halve competitie.

3. Teams die al een periodetitel hebben verworven, kunnen geen volgend periodekampioenschap verkrijgen en dus niet deelnemen aan een beslissingswedstrijd c.q. halve competitie als genoemd onder lid 2.

4. Voor klassen die bestaan uit een even aantal teams met drie perioden geldt:
a. Als de periodekampioen van de eerste periode ook in de tweede periode bovenaan eindigt, dan wordt de nummer twee van de tweede periode aangemerkt als vervangende periodekampioen.

b. Eindigt de periodekampioen van de eerste en/of de tweede periode (of het als zodanig aangemerkte team) ook in de derde periode bovenaan? Dan wordt het eerstvolgende team in de periodestand van de derde periode dat nog geen periodekampioen is (of als zodanig is aangemerkt) beschouwd als de vervangende periodekampioen.

c. Als hiervoor op grond van het aantal punten in de periodestand meerdere teams in aanmerking komen, dan is het doelsaldo van de betreffende periode beslissend. Als ook het doelsaldo gelijk is, dan is het aantal doelpunten vóór beslissend. Als ook dit gelijk is, dan volgt een beslissingswedstrijd respectievelijk een halve competitie.

5. Voor de klassen die bestaan uit een oneven aantal teams met twee perioden en drie periodekampioenen geldt:
a. Als de periodekampioen van de eerste periode ook in de tweede periode bovenaan eindigt, dan wordt de nummer twee van de tweede periode aangemerkt als vervangende periodekampioen.

b. Het team dat in de eindrangschikking van de competitie in een klasse met een oneven aantal teams de meeste punten heeft behaald en dat nog geen periodekampioen is (of als zodanig is aangemerkt), wordt in deze regeling als periodekampioen van de derde periode aangemerkt.

c. Als hiervoor op grond van het aantal punten in de eindrangschikking meerdere teams in aanmerking komen, dan is het doelsaldo van de oorspronkelijke competitie beslissend. Als ook het doelsaldo gelijk is, dan is het aantal doelpunten vóór beslissend. Als ook dit gelijk is, dan volgt een beslissingswedstrijd respectievelijk een halve competitie.

6. a. Als de klassenkampioen of de promovendus tevens periodekampioen is (of als zodanig is aangemerkt ingevolge artikel 4 onder a of b of artikel 5 onder a), dan wordt het team dat in de eindrangschikking van de volledige competitie de meeste punten heeft behaald en dat nog geen periodekampioen is (of als zodanig is aangemerkt), als vervangende periodekampioen van de klassenkampioen aangewezen.

b. Als een periodekampioen (of als zodanig aangemerkt ingevolge artikel 4 onder a of b of artikel 5 onder a) niet kan of mag promoveren, dan wordt het team dat in de eindrangschikking van de volledige competitie de meeste punten heeft behaald en dat nog geen periodekampioen is (of als zodanig is aangemerkt), als vervangende periodekampioen aangewezen.

c. Als op grond van het aantal punten in de eindrangschikking van de volledige competitie hiervoor meerdere teams in aanmerking komen, dan is het doelsaldo van de oorspronkelijke competitie beslissend. Als ook het doelsaldo gelijk is, dan is het aantal doelpunten vóór beslissend. Als dit ook gelijk is, dan beslist het totale onderlinge resultaat (wedstrijdpunten, doelsaldo, doelpunten vóór). Als dit ook gelijk is, dan volgt een beslissingswedstrijd respectievelijk een halve competitie.

d. Voor het bepalen van het overnemen van de periodetitel van de klassenkampioen door het hoogst geplaatste team in de eindrangschikking, moeten allereerst alle kampioenen van de eerste, tweede en derde periode (bij klassen met een oneven aantal teams: het team dat wordt aangemerkt als winnaar van de derde periode) bekend zijn.

e. Wanneer tegelijkertijd sprake is van a en b, dan wordt eerst bepaald wie de periode overneemt van de klassenkampioen en daarna wie de periode overneemt van het team dat niet kan of mag promoveren.

7. Wanneer voor het bepalen van welk team de periodetitel opeist sprake is van een beslissingswedstrijd c.q. een halve competitie, geldt de volgende regeling:
a. Beslissingswedstrijd.
Is in deze wedstrijd de stand na de reguliere speeltijd gelijk, dan volgt een verlenging van de wedstrijd conform de spelregels veldvoetbal. De verlenging bedraagt twee keer vijftien minuten, tenzij onder 2.14 van dit Handboek anders staat omschreven. Na vijftien minuten wisselen de teams van doel. Is na de verlenging geen beslissing verkregen, dan valt de beslissing door het nemen van strafschoppen, op de wijze zoals omschreven in de ‘Spelregels veldvoetbal’.

b. Halve competitie.
Als meer dan twee teams in aanmerking komen voor een periodetitel, dan volgt een halve competitie. Eindigen in deze halve competitie twee of meer teams gelijk, dan beslist het doelsaldo van deze halve competitie. Is ook dit gelijk, dan beslist het aantal doelpunten vóór. Is dit ook gelijk, dan valt de beslissing door het nemen van strafschoppen, op de wijze zoals omschreven in de ‘Spelregels veldvoetbal’. In het geval tussen meer dan twee
teams een beslissing moet worden verkregen door het nemen van strafschoppen, dan worden deze genomen op een bij besluit van het bestuur amateurvoetbal te bepalen wijze. Het voornoemde houdt in dat direct na afloop van iedere gespeelde wedstrijd de teams strafschoppen moeten nemen.

8. De wedstrijden uit de reguliere competitie die incidenteel zijn afgelast, blijven behoren tot de periode waarin zij oorspronkelijk waren vastgesteld.

9. De wedstrijden uit de reguliere competitie die ‘vooruit’ worden gespeeld, blijven behoren tot de periode waarin zij oorspronkelijk waren vastgesteld.

10. Wedstrijddagen die algeheel zijn afgelast, blijven behoren tot de periode waarin zij oorspronkelijk waren vastgesteld.

11. a. Als een team een periodetitel heeft behaald en degradeert c.q. in de eindrangschikking belandt op de ‘herkansingsplaats’, dan wordt het team dat in de eindrangschikking van de volledige competitie de meeste punten heeft behaald en dat nog geen periodekampioen is geweest (of als zodanig is aangemerkt) of klassenkampioen is, als vervangende periodekampioen van de betreffende periode aangewezen. Als hiervoor op grond van het aantal punten in de eindrangschikking van de volledige competitie meerdere teams in aanmerking komen, dan is het doelsaldo van de oorspronkelijke competitie van doorslaggevende betekenis. Als ook het doelsaldo gelijk is, dan beslist het aantal doelpunten vóór. Als dit ook gelijk is, dan beslist het onderlinge resultaat (wedstrijdpunten, doelsaldo, doelpunten vóór). Als ook dit gelijkt is, dan volgt een beslissingswedstrijd respectievelijk een halve competitie.

b. Verenigingen die zich plaatsen voor de nacompetitie in enige klasse, kunnen niet aan de nacompetitie deelnemen als in alle poules van de naastgelegen hogere klasse al elftallen van deze vereniging uitkomen (zie ook KNVB.nl/Assist voor de promotie-/degradatieregelingen). Een uitzondering hierop is van toepassing als al bij de start van de nacompetitie in deze bewuste klasse vaststaat dat het elftal van dezelfde vereniging in die hogere klasse is gedegradeerd, gepromoveerd of eventueel nog als ‘herkanser’ kan worden aangemerkt. Als een eventuele promotie of rechtstreekse degradatie nog afhankelijk is van een beslissingswedstrijd c.q. wedstrijdenreeks, dan is deze vereniging op dit lagere niveau uitgesloten van deelname aan de nacompetitie. Het elftal dat in de eindrangschikking van de volledige competitie de meeste punten heeft behaald en dat nog geen periodekampioen is geweest (of als zodanig is aangemerkt) of klassenkampioen is, wordt dan als vervangende periodekampioen van de betreffende periode aangewezen. Als hiervoor op grond van het aantal punten in de eindrangschikking van de volledige competitie meerdere elftallen in aanmerking komen, dan is het doelsaldo van de oorspronkelijke competitie van doorslaggevende betekenis. Is ook het doelsaldo gelijk, dan beslist het aantal doelpunten vóór. Als ook dit gelijk is, dan beslist het totale onderlinge resultaat (wedstrijdpunten, doelsaldo, doelpunten vóór). Is dit ook gelijk, dan volgt een beslissingswedstrijd respectievelijk een halve competitie.

12. Mocht een team tijdens of na de competitie uitvallen, dan zal het bestuur amateurvoetbal beslissen over het vervolg. Het bestuur houdt daarbij rekening met verkregen rechten, waartoe zeker het predikaat periodekampioen behoort. In een competitie waar sprake is van drie perioden en waarbij een elftal gedurende het seizoen uit de competitie wordt genomen, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
– Indien gedurende de eerste periode (en er nog geen winnaar van de eerste periode kan worden aangemerkt) een team uit de competitie wordt genomen, dan worden de perioden als volgt verdeeld:
Periode 1: eerste helft competitie
Periode 2: tweede helft competitie
Periode 3: eerstvolgende op de eindranglijst die nog geen periode heeft gewonnen
– Indien de eerste periodetitel is toegekend en een team uit de competitie wordt genomen, dan worden de perioden
als volgt aangepast:
Periode 1: toegekend op basis van reguliere bepalingen
Periode 2: tweede helft van de competitie
Periode 3: eerstvolgende op de eindranglijst die nog geen periode heeft gewonnen
– Indien de eerste en tweede periodetitel zijn toegekend en een team uit de competitie wordt genomen, dan worden
de perioden als volgt aangepast:
Periode 1: toegekend op basis van reguliere bepalingen
Periode 2: toegekend op basis van reguliere bepalingen
Periode 3: eerstvolgende op de eindranglijst die nog geen periode heeft gewonnen

13. Voor zover niet anders is bepaald, gelden de bepalingen van het Algemeen Reglement, het Reglement Wedstrijden Amateurvoetbal en de ‘Spelregels veldvoetbal’, voor zover die van toepassing zijn.

14. In alle gevallen waarin niet is voorzien, beslist het bestuur amateurvoetbal.